Informatief menu
Soorten bio-energie
Bio-energie heeft in het algemeen twee soorten opgewekte energie, zijnde bio-elektriciteit en bio-warmte. Bio-elektriciteit verkrijgt men door elektriciteit op te wekken met biologische massa die verwerkt wordt door een thermochemische verwerking. Zo verkrijgt men biogas dat kan gebruikt worden voor de opwekking van elektriciteit in turbines of ketels. Het kan eveneens gebruikt worden als verwarmingsmiddel en wordt voornamelijk geproduceerd door middel van pyrolyse. Dit proces verbrand de biomassa tot verschillende bruikbare delen zoals gassen en verbrandbaar materiaal dat warmte kan opwekken dat op zijn beurt dan weer kan gebruikt worden voor de opwekking van elektriciteit. Buiten pyrolyse kan men ook beslissen om biomassa enkel te vergassen, waarbij men puur biogas creëert. Dit gas kan dan in combinatie met aardgas gebruikt worden ter verbranding en opwekking van elektriciteit of warmte voor Uw woning. Beide soorten bio-energie kunnen gecombineerd gebruikt of verwerkt worden om een gezamenlijk rendement op te leveren. Zo zal men vaak de bekomen stoffen gebruiken voor verdere verwerking en opwekking van elektrische energie. De warmte die vrijkomt in dit proces kan dan gebruikt worden ter verwarming of opwarming.
Er zijn natuurlijk ook de biobrandstoffen zoals bio-ethanol en biodiesel. Bio-ethanol kan bekomen worden door de
fermentatie van verscheidene suikers, gepaard met gisting als productieorganisme. Het afval dat men gedurende dit proces verkrijgt kan gebruikt worden als eiwitrijk veevoeder in de landbouwsector. Men past dit dan ook toe onder de namen Protamax en Protigrain. Men beschouwt deze stof als een goed alternatief op de fossiele brandstoffen die men momenteel gebruikt. De uitstoot van CO2, een schadelijk broeikasgas, is aanzienlijk lager dan bij conventionele benzine. Toch zijn er discussies omtrent de eigenlijke duurzaamheid van deze brandstof. Er is namelijk veel energie nodig om deze stof te bekomen en men betwist dan ook het feit dat dit een goed alternatief is op de huidige fossiele brandstoffen. Wetenschappers hebben bewezen dat koolzaad en maïs geen goede bronnen van biobrandstof zijn omdat het transport en de verwerking ervan evenveel energie verbruikt als dat ze opleveren.
Biodiesel daarentegen wordt gewonnen via een chemisch proces uit plantaardige oliën. De voornaamste stof die hiervoor gebruikt wordt is koolzaad. Ten opzichte van bio-ethanol heeft biodiesel een enorm voordeel. Men moet namelijk geen aanpassingen maken aan de huidige motoren van voertuigen om de brandstof te kunnen gebruiken. Men moet enkel zichzelf er van verzekeren dat de materialen en brandstofleidingen niet kunnen aangetast worden door methanol. Daarom dan ook dat men vaak toch de nodige aanpassingen moet maken desondanks wat men beweert. Het grote nadeel aan biodiesel is dat de grondstof voor deze biobrandstof eerst moet bewerkt worden, wat natuurlijk energie-intensief is en bovendien erg milieubelastend. In tegenstelling tot fossiele brandstoffen stoot deze brandstof echter geen zwavel uit, simpelweg omdat die niet in de brandstof zit. Bovendien is er een verminderde uitstoot van roet, KWS en aromaten wat natuurlijk goed is voor de bestrijding van het broeikaseffect.

